Langs de gehurkte huisjes, met hun hard, dik haar
over hun voorhoofd, de verlaten tuinen, waar
de bonestaken met hun maagre vingers staan
-tussen verwilderend loof stijgt af en toe de dunne rook van vuren
en ver, tussen de hese, wit-uitgebeten, roodgesteelde grassen
blinkt het onzegbaar dorstverwekkende en schoongewassen
water van meertjes, die alleen maar in de herfst bestaan –
daar zijn wij, – zorgeloze neuriënde man, –
des zomers langs gegaan.
Nu loop ik er alleen en langzaam en ik stond
lang op de smalle brug, hoog boven de gezwollen stroom
waarin de grassen schuin het trage water wervlen deden.
Daar leek het land haast hol:
de donkre bodem van de heldre bol,
die de kristallen hemel ermee vormde.
Ver in het bos praatte een kind tegen een hond
zo helder en onzichtbaar,
dat ik m’ als een blinde voelde.
Heeft al ’t verlangen en de onrust van de zomer
geleid tot dit volmaakte, heldre ogenblik,
of is mijn hart verkoeld, is dit de eerste vorst?
Het water blinkt. Ik heb nog altijd dorst.
(Maria Vasalis, Vergezichten en Gezichten 1954)


![Marguerite_Yourcenar[1]](https://jasperligthart.nl/blog/wp-content/uploads/2014/02/Marguerite_Yourcenar1.jpg)

![p17[1]](https://jasperligthart.nl/blog/wp-content/uploads/2014/02/p171-198x300.jpg)


5 Responses to Herfsttijding