De terugkeer van de moraal

Van de balk en de splinter, en de hopen stront


Column 5 voor Liever de Gifbeker, thema ‘Over de moraal’.

De terugkeer van de moraal

Laatst deed ik een curieuze constatering. Ik zag een niet nader te noemen politicus van Gristelijke huize een paar ferme uitspraken doen op televisie. De vent in kwestie sprak over het morele verval waar onze samenleving gestaag van doordrenkt raakt. Zo schijnt de Nederlandse jongere anno 2008 op oudejaarsavond stomdronken over straat te zwalken. Met fles benzine en lucifers in de handen is hij op zoek naar auto’s om in de fik te steken. Alleen hebben de jeugdige dadertjes dankzij het supersnelrecht (wat een innovatie!) een gejaagd en weinig eerlijk proces: rechters en advocaten hebben niet de tijd om zich fatsoenlijk voor te bereiden.

Ondertussen in Amerika: terwijl de Amerikaanse overheid de geldpersen overuren laat draaien om banken die (door hun eigen wanbeleid) met de ondergang bedreigd worden te redden, sluiten de autofabrieken massaal. De werknemers komen op straat te staan, zonder uitkering of zicht op een nieuwe baan. En de man die beloofde de moraal terug in de politiek te brengen (George Bush Jr.) zwaait na acht jaar eindelijk af. Na het morele debacle van de Clintons (Bills escapades, zijn leugens en vervolgens de afzettingsprocedure) kwam hij met stoere uitspraken in het witte huis terecht. Tijd voor betrouwbaar leiderschap, een Christelijk-evangelische agenda en ouderwetse all-american values. Inmiddels wordt de beste man algemeen beschouwd als de slechtste Amerikaanse president van de afgelopen twee eeuwen.

Welnu, dat geeft te denken. Blijkbaar kunnen die mensen die altijd zo hoog van de toren blazen over de immoraliteit van anderen, zelf ook iets verkeerd doen. Sterker nog – een hoop mensen die lijden onder (pardon, geleid worden door) sterke morele waarden, en dat ook publiekelijk uitventen (ik denk aan Bush & co, maar ook aan de Nederlandse mannenbroeders) blijken op den duur net zo slecht te zijn als de anderen, die zich bescheidener opstellen. En dat maakt dat ik tegenwoordig heel achterdochtig naar de moralisten kijk. Helaas stikt het van de mensen die zich gemakkelijk in de luren laten leggen door dit soort hoog van de toren blazende lieden.

Een moralist weet namelijk precies waarom het misgaat in de wereld, en – dat is nog veel belangrijker – wie er schuld aan heeft. De moslims, de joden of de christenen. De jongeren, of juist de ouderen. De ‘oude politiek’, het ‘nieuwe leren’ – er is altijd wel een zondebok te vinden. We leven, kortom, in het tijdperk van de heilige morele verontwaardiging. Zie Wilders, Verdonk, het CDA – en zelfs de Partij van de Arbeid vindt het: moraliseren mag. Maar het is een wereldwijd verschijnsel: de Israeliërs en de Palestijnen vinden dat ze het volste morele recht hebben om elkaar af te slachten. En zo blijft de vicieuze cirkel doorgaan. Wie vindt dat hij moreel superieur is aan anderen kan daarmee altijd zijn eigen gedrag goedpraten. Ook daden die op zichzelf heel slecht zijn.

De moraal is nog lang niet ten grave gedragen, zoals de conservatieven beweren. Maar het wordt hoog tijd. Pas als we stoppen met de stompzinnige bewering dat we moreel hoogstaander zijn dan ‘de ander’, kunnen we op deze aardkloot eens goed met elkaar gaan samenleven.

This entry was posted in vkblog. Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *