Na de wilde jacht

 

Na de wilde jacht

 

Hemelhoog rijken ze, boomkruinen

met sapstromen traag

verheven kilte heeft ze omarmd en 

tot levenswijze, oude mannen gemaakt.

Hun lijven stram maar recht

Ongebroken


De sparren buigen diep,

door witte schimmel aangetast

Gestolde tranen van een vreemde, oude god

Gevallen.

 


 

 

Zijn wilde heir kwam in de sneeuwnacht

En nam het land weer in bezit

 Verbond, hernieuwd in heilige nachten.

– tijd vóór kruis en steen –


Bij maretak en hazelaar
Bij es en eik
Bij het bloed van de moeder

Aan een boom moet hij zich binden
In haar buik moet hij zich hullen
Takken zijn mijn handen
Sappen zijn mijn bloed

 


 

Echo’s heersen in dit sneeuwlandschap

Een witte huiskamer zonder muren

Elke afstand maatloos dichtbij


Jij, wandelaar, moet je een vreemde voelen

Naakte indringer, prooi

– zonder vacht en zonder tanden –

Waanwild en onwetend

 

 

 


 

Achtergrond en relevante muziek

 

 

This entry was posted in Eigen gedichten, vkblog and tagged , , . Bookmark the permalink.

6 Responses to Na de wilde jacht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *